- hopen
- {{hopen}}{{/term}}1 espérer (qc.) (que) 〈+ aantonende wijs〉♦voorbeelden:1 we zullen het beste er maar van hopen • espérons que tout ira pour le mieuxhopen iets te doen • espérer faire qc.dat is niet te hopen • espérons que cela n'arrivera pashet is te hopen • espéronszij hoopten op een spoedig einde van de oorlog • ils espéraient que la guerre finirait bientôthoop op God • espérez en Dieuik hoop van wel • je l'espère bienik hoop van niet • j'espère que non¶ 〈figuurlijk〉 op elkaar gehoopt • entassé(s)
Deens-Russisch woordenboek. 2015.